Ga naar hoofdinhoud
Ruimte geven aan meandering

Ruimte geven aan meandering

In een meanderende (door het landschap slingerende) beek (zie foto beneden) past méér water dan in een recht getrokken beek, omdat een meanderende beek veel meer lengte heeft en bovendien over nevengeulen en dode armen beschikt. Ook stroomt het water minder hard. Een meanderende beek verlegt zijn meanders voortdurend (natuurlijk beekdalproces). De ruimte die hiervoor nodig is, moet in het beekdal gereserveerd worden.

Als de oevers van de (slingerende) beek verstevigd zijn met stenen, moeten deze verwijderd worden, om het meanderingsproces mogelijk te maken. Als een beek is rechtgetrokken en diep is ingesneden, en de oevers zijn hoog opgeslibd, kan extra grondwerk/graafwerk nodig zijn om de beek weer te laten meanderen.

Natuurlijke oplossingen

Natuurlijke graslanden ontwikkelen

Natuurlijke graslanden ontwikkelen

Natuurlijk grasland vangt bovengronds en ondergronds water op. Ook biedt het weerstand aan stromend water. Het kan ontwikkeld worden op voormalige akkers of voormalige productiegraslanden.
Natuurlijke bossen ontwikkelen

Natuurlijke bossen ontwikkelen

Natuurlijk bos vangt bovengronds en ondergronds veel water op. Ook biedt het weerstand aan stromend water. Het kan ontwikkeld worden op voormalige akkers en voormalige (productie)-graslanden. Ook vanuit productiebos kan omvorming naar een natuurlijk(er) bos plaatsvinden.
Voedselbos

Voedselbos

Een voedselbos is een productiebos, al gaat hier niet om houtproductie maar productie van eetbare noten, bessen, vruchten, paddenstoelen etc. Door zijn structuur (gelaagdheid) en waterhuishouding, draagt het voedselbos meer bij aan het opnemen en vertragen van regenwater dan een eentonig houtproductiebos
Ruimte geven aan beveractiviteiten

Ruimte geven aan beveractiviteiten

De bever voelt zich thuis in een beekdal met bos. Hij is een wateringenieur die de waterhuishouding naar zijn hand zet. Met beverdammen en om geknaagde bomen in de beek, zorgt hij voor vertraging, opstuwing en berging van water. In natuurgebieden waar ruimte is voor de dynamiek van het water zijn de activiteiten van deze ingenieur zeer welkom en helpen ze wateroverlast benedenstrooms te voorkomen. Ook de beekbodem is beter beschermd.
Ruimte geven aan natuurlijke overstromingsvlaktes

Ruimte geven aan natuurlijke overstromingsvlaktes

Als de beek overstroomt kan een brede, natuurlijke dalvlakte (overstromingsvlakte) veel water bergen. Als het water de breedte in kan, stijgt het minder. Ook wordt het afgeremd door wrijving met de ondergrond. Een natuurlijke, ruwe vegetatie in de dalvlakte (ruigten, struiken, bomen) zorgt voor extra vertraging. Dit draagt bij aan het tegengaan van een vloedgolf benedenstrooms.
Beekbodem verhogen

Beekbodem verhogen

Door de beekbodem van een diep ingesneden (zij)beek op te hogen met natuurlijk materiaal (grind), wordt de beek opgetild en kan deze eerder de brede (natuurlijke) dalvlakte gebruiken (voor waterberging en afremming).
Oevers verlagen

Oevers verlagen

Als een beek bij hoogwater de breedte in kan, zorgt dat voor waterberging, vertraging, meer infiltratie en minder wateroverlast benedenstrooms. Maar door allerlei invloeden (van de mens) is het niveauverschil tussen de beekbodem en de dalvlakte bij de Geul en de Gulp dusdanig groot geworden, dat het water niet meer zo snel de breedte in gaat, behalve bij een extreem hoogwater (zoals in 2021). Het kan op sommige locaties (bij lokale knelpunten) helpen als de oever wordt verlaagd en op de plek van een dichtgeslibde meander een geul of geulvormige laagte wordt gegraven waar het water naar toe kan. Deze verlaagde delen worden teruggegeven aan de natuur.
Drainages verwijderen

Drainages verwijderen

Door drainages te verwijderen stroomt regenwater en grondwater minder snel naar de beek. Een hoogwaterpiek wordt daardoor minder hoog en er zal minder last van droogte zijn.
Struweelhagen en bosschages aanplanten

Struweelhagen en bosschages aanplanten

Struweelhagen en bosschages helpen om regenwater op te vangen en te laten infiltreren in de bodem. In feite zijn het miniatuur bossen. Van oudsher is het heuvelland rijk aan heggen, struweelhagen en kleine bosjes. Dit noemt men kleine landschapselementen of ‘bocages’. Veel hiervan zijn door de schaalvergroting in de landbouw verloren gegaan. Terugkeer van deze elementen in het agrarische landschap, zeker als ze in een robuuste vorm worden aangeplant, helpt mee om water te vertragen en hoogwaterpieken te verlagen. Vooral op de hellingen zijn ze functioneel, maar ook in het dal.
Hoogstam boomgaard

Hoogstam boomgaard

Bomen vangen regenwater op met hun bladerdek, nemen regenwater op met hun wortels, en dragen bij aan een poreuze bodem met goede sponsachtige eigenschappen dankzij hun diepe wortels, humus en de bodemorganismen die ervan leven. In combinatie met kruidenrijk of extensief begraasd grasland krijgt de bodem een optimale sponswerking.
Brede infiltratiestrook

Brede infiltratiestrook

Op matig steile hellingen met akkers en eenvormige agrarische graslanden kan het huidige gebruik op een verstandige manier gecontinueerd worden als percelen worden afgewisseld met 10 tot 20 meter brede infiltratiestroken, parallel aan de hoogtelijnen. Deze stroken zijn aanzienlijk vlakker dan de helling waarin ze liggen en zijn begroeid met een dichte vegetatie. Hierdoor wordt oppervlakkig afstromend regenwater afgeremd, opgevangen en kan het water via het wortelstelsel van de vegetatie goed infiltreren. De onderlinge afstand tussen deze infiltratiestroken staat daarbij in relatie tot steilte van de helling en de infiltratiecapaciteit. Infiltratiestroken zijn het meest effectief wanneer zij worden ontwikkeld aan de onderzijde van akkers en (dus) ook boven door het akkergebied lopende wegen. Met dat laatste wordt voorkomen dat regenwater over de weg versneld wordt afgevoerd, zijn ze makkelijk te beheren, bieden ze schaduw aan recreatief verkeer en leiden ze de blik naar het uitzicht over het dal
Graften

Graften

Graften zijn steile taluds langs hoogtelijnen. Ze verdelen een helling in boven elkaar gelegen terrassen. Door de trapvormige opbouw zijn de hellingterrassen minder steil, en stroomt regenwater minder snel af. Van oudsher zijn de taluds of de bovenranden van de taluds begroeid met struweelhagen (vaak bestaande uit meidoorn, sleedoorn, vlier, kornoelje, grauwe wilg en braam). Het water krijgt in de struweelhagen, als ze tenminste breed genoeg zijn, de kans om in de humusrijke bodem te zakken. De breedte van de graften is daarbij een belangrijk aandachtspunt.
Swales

Swales

Swales vangen afstromend regenwater op, zodat het niet meteen naar het beekdal gaat. Het zijn door mensen gemaakte laagtes die met de hoogtelijnen mee in het terrein geplaats zijn. Door het afstromende water te onderscheppen, wordt een hoogwaterpiek minder hoog. Het water krijgt de tijd om langzaam in de bodem te zakken. Swales zijn begroeid met planten.
Keylines

Keylines

Keylines zijn door mensen gemaakte geultjes die met de hoogtelijnen mee in het terrein geplaats zijn.
(Mais)akkers op hellingen omzetten in grasland of bos

(Mais)akkers op hellingen omzetten in grasland of bos

Grasland en bos zijn beter dan akkers in staat om regenwater op te vangen en te vertragen. De bodem van onbegroeide akkers slaat namelijk dicht na hevige regen. De grond neemt dan weinig water op. Akkergrond op een helling is bovendien gevoelig voor erosie (modderstromen). Maisakkers zijn extra kwetsbaar omdat ze pas laat in de zomer zijn begroeid. Als de onbegroeide grond dichtslaat, zal intense zonneschijn de bovenlaag hard ‘afbakken’. Infiltratie van regenwater is dan nauwelijks mogelijk. Hoe steiler de helling, des te groter het probleem van water- en modderstromen. Maar ook de zwak hellende plateauranden zijn kwetsbaar en vragen om aanpassing, omdat deze de watermassa vanaf de grote plateaus als eerste opvangen.
Wadi

Wadi

Een wadi is een begroeide laagte. Deze vangt regenwater op en houdt het water vast zodat het langzaam in de bodem kan infiltreren. Hierdoor wordt ook het grondwaterpeil aangevuld. Het verschil met een vijver of poel is dat een Wadi enkel water vasthoudt bij veel regen of waterafvoer en dus gedeeltelijk in het jaar droogvalt. Het heeft een goed doorlaatbare bodem. Daarnaast kan het afgevoerde water in een Wadi langzaam infiltreren. Hierin verschilt het van een buffer waar het water vaak binnen 24h moet wegstromen.
Afstromend water op (holle) wegen onderscheppen

Afstromend water op (holle) wegen onderscheppen

Water dat over een sterk hellende weg (veel te snel) afstroomt, kan naar de natuur of de berm geleid worden. Daar kan het infiltreren. In de beek zal minder snel een hoogwaterpiek ontstaan.
Stedelijke oplossingen

Stedelijke oplossingen

Groene daken en daktuinen vangen regenwater op en absorberen het als een spons, waardoor water langer wordt vastgehouden en niet direct in de riolering loopt. Dit voorkomt overbelasting van het rioleringstelsel.